Het is een tijd stil geweest. Een maand geleden heeft mijn jongere broer ervoor gekozen om uit het leven te stappen. Dat heeft de verhalen, werkzaamheden en een heleboel dingen in mijn leven op stil gezet. 

Nu zit ik op een camping in Frankrijk en komen er andere emoties los dan ik de afgelopen weken heb gevoeld. Met weemoed komen vlagen van herinneringen aan de lopende band voorbij over onze vroegere familievakanties. Ik denk aan mijn zussen die hun eigen gezinnen hebben waarin ze met hun eigen waarden de opvoeding vormgeven. Dit laat me zien hoe er een verschuiving heeft plaatsgevonden. Van kind van mijn ouders naar volwassen vrouw die zelfstandig is en probeert verantwoordelijke keuzes te maken.

Ik voel tijdens mijn vakantie veel vlagen van gelukzaligheid. Dit geeft me een gevoel van dankbaarheid maar ook voel ik me soms schuldig. Schuldig omdat mijn broer dit gevoel niet heeft gekend in zijn laatste jaren. Zijn depressie en verslaving hebben hem meegedragen in een neerwaartse spiraal waarin de dood de enige uitkomst is gebleken. Het schuldgevoel over mijn eigen geluk, is misschien meer een onrechtvaardigheidsgevoel. Het niet te bevatten idee dat men zich zo diep ongelukkig voelt en op geen enkele manier een plek in de maatschappij weet te bemachtigen, dat suïcide een steeds groter wordende en reële kwestie wordt. Mijn zus vertelde me dat een kinderarts haar vertelde dat hij voorspelde dat suïcide de grootste doodsoorzaak onder jeugdigen gaat worden. Enerzijds misschien omdat de medische wereld steeds krachtiger wordt en ziektes onder controle krijgt maar anderzijds omdat we ons steeds minder gelukkig voelen. Dit lijkt al te beginnen op jonge leeftijd. 

Tweedeling

Er lijkt met betrekking tot dit onderwerp een tweedeling te bestaan. Met in het ene kamp mensen die zich zelf depressief hebben gevoeld of voelen en zich herkennen in het ‘er niet meer willen zijn’. In het andere kamp zitten mensen die zich op geen enkele manier een voorstelling kunnen maken van deze mate van depressiviteit. Ik mag me gelukkig onder het laatste kamp schalen. Natuurlijk zijn er momenten in mijn leven geweest waarin ik me niet gelukkig heb gevoeld, eenzaam ben geweest of langere tijd voornamelijk somber ben geweest. Maar ook geen enkel moment heb ik getwijfeld over wat het leven te bieden heeft. Leven staat voor mij gelijk aan voldoening. Leven an sich geeft voldoening. Bestaansrecht en je mogen bewegen in de wereld, keuzes mogen maken en de mogelijkheid om te groeien als persoon door toch een andere richting in te slaan dan je oorspronkelijk van plan was.

Ik kan wel stellen dat mijn broer dat niet zo voelde. Waarschijnlijk veel mensen met hem. Dat is de reden waarom ik het zo belangrijk vind om het hier over te hebben. Wat maakt dat het leven voor de een felgekleurd is met prachtige toekomstperspectieven en voor de ander grijs en zonder vooruitzichten. 

Eenzaamheid

Een belangrijke factor die hierin meespeelt is absoluut eenzaamheid. Hoewel een gevoel van ‘alleen zijn’ zich onderscheidt van eenzaamheid. Het is de lading die iemand koppelt aan ‘alleen zijn’ wat maakt dat iemand zich eenzaam voelt. 

Wat ik heb gemerkt, is dat het lijkt alsof ons individualistische bestaan ervoor zorgt dat we ons niet meer verbonden voelen. Deze ‘neoliberale zelfzucht’ zorgt volgens klinisch psycholoog Paul Verhaeghe voor grote ongelijkheid. Hierdoor nemen mentale stoornissen, criminaliteit, drugs- en medicatiegebruik toe onder alle lagen van de bevolking.

Ongelijkheid

Mijn broer heeft zijn hele leven dezelfde kansen gekregen als ik. Hij is opgegroeid in een warm gezin met vier kinderen en liefdevolle ouders. Mijn ouders hanteerden een relatief vrije opvoeding waarin we werden gestuurd op verantwoordelijke en verstandige keuzes. We hebben geleerd om iedereen kansen te geven en mensen te waarderen op openheid en vriendelijkheid in plaats van externe factoren als geld, macht of bezit. 

Mijn nadenken doet me ook beseffen dat je als ouder iedere keer opnieuw moet inschatten of je aanpak, je visie en opvoedstijl past bij je kind. Maar hoe weet je vooraf welke aanpak het beste past? Achteraf heb je pas de mogelijkheid om te reflecteren en na te gaan wat misschien beter had gepast. 

Binnen ons gezin was er veel ruimte voor onszelf. We werden gestimuleerd om te kijken naar mogelijkheden en om (als we zelf ergens passie voor hadden) er hard voor te werken om iets te bereiken. Voor mij zonder enige druk of autoriteit maar vanuit eigen wil en wens. 

Zal het toch de aanwezige aanleg zijn voor depressiviteit of een combinatie met vroeg veelvuldig drugsgebruik, die ervoor hebben gezorgd dat mijn broer zijn plek niet kon vinden  in de samenleving? 

Het systeem

Wat ik in ieder geval weet is dat ‘het zorgsysteem’ niet heeft geholpen. En dan doel ik niet op de vele hulpverleners, psychiaters, ervaringsdeskundigen die hem bij hebben gestaan. Voor de menselijke factor en de persoonlijke aanpak kan ik alleen maar opzienbarende bewondering hebben. Waar ik op doel zijn de welbekende wachttijden van 3 tot 6 maanden, de onmogelijkheid tot een gedwongen opname terwijl iemand overduidelijk niet in staat is deze keuze zelf te maken en een gevaar is voor zichzelf en de omgeving, het stilleggen van een uitkering als iemand wordt opgenomen terwijl vaste lasten gewoon doorlopen en iemand hiermee in de schulden werken, het gevecht iemand vervolgens aan moet gaan met een papierwinkel om weer op de rit te komen… ga zo maar door.

Ja al het bovenstaande is mijn broer overkomen. Wat me hier zo boos over maakt is niet dat hij uiteindelijk de keuze heeft gemaakt om zelfmoord te plegen want ik kan niet aantonen dat er een causaal verband bestaat tussen het een en ander. Maar het feit dat al deze zaken iemand dieper in de problemen werken terwijl het ingericht zou moeten zijn op zorg, hulp en ondersteuning. 

Een oproep

Ik weet dat ik maar een beperkt bereik heb maar toch wil ik mijn stem laten horen. Naast ruimte voor mijn rouwproces, merk ik dat ik iets op voel borrelen diep in mezelf, waarmee ik motivatie creëer om verandering teweeg te brengen. Het zal misschien een minuscuul kleine verandering zijn maar ik zal de komende tijd alles op alles zetten om iets te bereiken binnen dit onderwerp. Mijn voornaamste focus is de basis van ieder kind, educatie en jeugdzorg. Maar ook verslavingszorg en (jeugd)psychiatrie zijn gebieden waar ik me op wil richten.

Ik wil dan ook afsluiten met een oproep;

Blijf alsjeblieft kritisch op beleid en processen binnen je organisatie. Zorg voor verbetering, luister naar verhalen van cliënten en het allerbelangrijkste laat je stem horen (zowel binnen de politiek als kleinschaliger). Alleen als we samen de verantwoordelijkheid dragen, kunnen we verandering daadwerkelijk bewerkstelligen. 

Heb je vragen over eenzaamheid, suïcide of verslaving, neem contact met me op, dan probeer ik te helpen of door te verwijzen.

Als je denkt aan zelfmoord, bel dan de zelfmoordpreventielijn 0800-0113!